RANOX brengt kosten duizendknoopbestrijding Den Haag in beeld

Hoe kun je het beste Japanse duizendknoop bestrijden en wat gaat dat kosten? In een grote pilot hebben we dit samen met Stichting Probos, Hoek Hoveniers, Teia en Regelink Ecologie & Landschap voor alle reeds bekende duizendknooplocaties voor Den Haag in beeld gebracht. Het resultaat is een overzichtelijk en praktisch advies, een tool waarmee de gemeente voor de Japanse duizendkoop gericht beleid kan maken.

Gemeenten door heel Nederland ondervinden problemen van de Japanse duizendknoop. De exoot verdringt andere planten en verspreidt zich razendsnel. Bestrijden is duur. Steeds meer gemeenten voelen de urgentie om snel te handelen, omdat het probleem snel groter (en kostbaarder) wordt. Anderzijds zijn de gevolgen van niet bestrijden ook niet precies bekend.

Bundeling van expertise

De gemeente Den Haag wilde graag in beeld krijgen wat bestrijding van duizendknopen zou gaan kosten en ons een advies op te stellen. Wij brachten een projectgroep bijeen om de beste kennis en expertise aan boord te halen, met daarin ook Hoek Hoveniers (kostenraming), Stichting Probos (kennis), Regelink Ecologie & Landschap (Rapportage) en Teia (veldwerk).

Opdrachtgever Martin van den Hoorn, ecoloog bij de gemeente Den Haag, wilde het rapport graag voor het nieuwe jaar op zijn bureau. ‘Het moest snel gebeuren, het was fijn dat deze partijen samen alle zeilen bij wilden zetten. Ik wist dat wij en Regelink Ecologie & Landschap ervaring hadden op dit onderwerp. Het is ook fijn dat Probos betrokken is, een expert op het gebied van duizendknoopbestrijding. Zo weet je dat de meest recente kennis gebruikt is.’

Risico en kosten in beeld

Japanse duizendknoop komt in de gemeente Den Haag op ruim 150 locaties voor, bleek uit een eerdere inventarisatie. Alle bekende groeiplaatsen van duizendknoop werden bezocht en geïnventariseerd aan de hand van de beslisboom van Probos. Er is niet één methode die voor elke duizendknoophaard het beste werkt. Deze beslisboom helpt het risico in te schatten en zet de mogelijkheden van bestrijding van elke locatie op een rijtje. Zo wordt duidelijk wat technisch op een plek mogelijk is maar ook wat prioriteit heeft. Als de stabiliteit van taluds in het geding komt is de urgentie groot, drukbegrazing met schapen in een drukke woonwijk is onhandig.

Daarop bracht de projectgroep de kosten van elke methode in kaart: wat kosten ze in vijf jaar tijd per 100 m2? Zo werd voor elke locatie de goedkoopste methode aangemerkt, de voorkeursmethode. Omdat zowel de projectgroep als de gemeente een behandeling met glyfosaat onwenselijk vindt, is soms ook de op een-na-goedkoopste methode als voorkeursmethode aangemerkt.

Praktisch advies

Dit is de eerste keer dat de partijen praktijkervaring en kennis over de bestrijding van de Japanse duizendknoop combineren in een praktisch advies voor een hele gemeente. De bestrijding van Japanse duizendknoop blijft complex, maar dit is een goede eerste stap, vindt Van den Hoorn: ‘Goed in kaart brengen, daar begint het mee. Er ligt nu een gedegen advies. Ik had zelf al op een bierviltje uitgerekend wat bestrijding ongeveer zou kosten. Nu is dat ook goed onderbouwd. Op het moment dat we de duizendknoop kunnen gaan aanpakken, weten we nu ook hoe.’